De mooiste eilanden van Denemarken: van Bornholm tot Egholm
Wie aan Denemarken denkt, denkt al snel aan Jutland, Kopenhagen en eindeloze fietspaden. Maar eigenlijk is Denemarken vooral een eilandenland. Het telt officieel 406 eilanden, waarvan er zo’n 70 bewoond zijn. De eilanden van Denemarken zijn onderling totaal verschillend: van de rotskust van Bornholm tot de wuivende duinen van Fanø en het piepkleine Egholm, op een paar minuten varen van Aalborg. Hieronder vind je de mooiste Deense eilanden, hoe je er komt en waarom ze stuk voor stuk een omweg waard zijn.
De eilanden van Denemarken in vogelvlucht
Denemarken bestaat grofweg uit het vasteland Jutland en twee grote eilanden: Sjælland (met Kopenhagen) en Fyn (met Odense). Daaromheen ligt een wirwar van kleinere eilanden, verbonden door bruggen, dammen en een indrukwekkend netwerk van veerboten. Eilandhoppen is voor Denen de normaalste zaak van de wereld, en dat maakt het voor bezoekers verrassend makkelijk om meerdere eilanden in één reis mee te pakken.
| Eiland | Ligging | Zo kom je er | Bekend om |
|---|---|---|---|
| Bornholm | Oostzee | Veerboot via Ystad of vliegtuig | Rotskust, rondkerken, gerookte haring |
| Møn | Ten zuiden van Sjælland | Brug, gewoon met de auto | Witte krijtrotsen van Møns Klint |
| Læsø | Kattegat, Noord-Jutland | Veerboot vanuit Frederikshavn (90 min) | Zeewierdaken, zout, kreeftjes |
| Fanø | Waddenzee | Veerboot vanuit Esbjerg (12 min) | Brede stranden, dorpje Sønderho |
| Rømø | Waddenzee | Gratis dam, met de auto | Een van de breedste stranden van Europa |
| Samsø | Kattegat | Veerboot vanuit Hou of Kalundborg | Duurzame energie, nieuwe aardappelen |
| Ærø | Zuid-Funen archipel | Veerboot vanuit Svendborg | Ærøskøbing, gekleurde strandhuisjes |
| Egholm | Limfjord, bij Aalborg | Pontje vanuit Aalborg (5 min) | Autoluw mini-eiland, wandelen |
Bornholm: het zonne-eiland in de Oostzee
Bornholm ligt ver van de rest van Denemarken, dichter bij Zweden en Polen dan bij Kopenhagen, en dat merk je aan alles. Het eiland heeft als enige plek in Denemarken een echte rotskust, met de indrukwekkende kasteelruïne Hammershus op een klif boven zee. In het zuiden vind je juist poederwit zand bij Dueodde, een van de fijnste stranden van Noord-Europa.
Het eiland staat verder bekend om zijn ronde middeleeuwse kerken, de vele ambachtelijke rokerijen (gerookte haring is hier bijna religie) en een verrassend levendige food-scene. De makkelijkste route: rijd of treinreis naar Ystad in Zweden en pak daar de snelle veerboot, die in ongeveer tachtig minuten overvaart. Vliegen kan ook, van Kopenhagen naar Rønne.
Møn: witte kliffen en donkere sterrenhemels
Møn ligt een dik uur rijden onder Kopenhagen en is via een brug verbonden met Sjælland, dus een veerboot heb je niet nodig. Dé reden om te komen zijn de krijtrotsen van Møns Klint: spierwitte kliffen die tot zo’n 128 meter boven de Oostzee uittorenen, met een bos vol orchideeën erbovenop en een steil trappenpad naar het strand beneden.
Møn is bovendien het eerste officiële Dark Sky Park van Scandinavië. Op heldere nachten zie je hier een sterrenhemel die je in Nederland simpelweg niet meer vindt. Wie een stedentrip Kopenhagen plant, kan Møn er prima als dagtrip aan vastplakken.
Læsø: het eiland voor wie toch al in Noord-Jutland is
Vanuit Aalborg is Læsø veruit het logischste eiland om te bezoeken. Je rijdt in een uurtje naar Frederikshavn en vaart vervolgens in negentig minuten het Kattegat over. Læsø voelt meteen anders dan het vasteland: stiller, zouter en een tikje eigenzinnig.
Het eiland is beroemd om zijn boerderijen met daken van zeewier, sommige eeuwenoud en metersdik. Daarnaast draait Læsø op zout en schaaldieren. Bij de zoutziederij zie je hoe zeezout op middeleeuwse wijze wordt gekookt, en de lokale jomfruhummere (langoustines) staan in heel Denemarken goed aangeschreven. Twijfel je waar Læsø precies ligt ten opzichte van de rest van het land, lees dan ook even waar Aalborg ligt in Denemarken: het eiland ligt recht voor die noordoostkust.
Fanø en Rømø: de Deense Waddeneilanden
Net als Nederland heeft Denemarken Waddeneilanden, en ze zijn opvallend makkelijk te bereiken. De veerboot van Esbjerg naar Fanø doet er slechts twaalf minuten over en vaart de hele dag heen en weer. Fanø heeft kilometersbrede stranden, zeehondenbanken en met Sønderho een dorp dat regelmatig wordt uitgeroepen tot mooiste van Denemarken, vol rieten daken en scheve kapiteinshuisjes.
Rømø, iets zuidelijker, bereik je zonder boot: een gratis dam van bijna tien kilometer verbindt het eiland met het vasteland. Het strand van Lakolk hoort bij de breedste van Europa, zo breed dat je er met de auto het zand op mag rijden. Vooral buiten het hoogseizoen heb je hier het gevoel dat het eiland van jou alleen is.
Samsø en Ærø: klein, groen en gemoedelijk
Samsø ligt midden in het Kattegat, halverwege Jutland en Sjælland, en is wereldwijd bekend geworden als eiland dat volledig op duurzame energie draait. Windmolens en zonneparken leveren meer stroom dan het eiland zelf verbruikt. Toeristen komen vooral voor de rust, de fietsroutes en de beroemde nieuwe aardappelen, die elk voorjaar voor topprijzen naar de betere restaurants gaan. Vanaf Hou, onder Aarhus, vaar je er in ongeveer een uur naartoe.
Ærø, in de Zuid-Funen archipel, is misschien wel het meest pittoreske eiland van allemaal. Hoofdplaats Ærøskøbing lijkt in de achttiende eeuw te zijn blijven stilstaan, met hobbelige keitjes, scheefgezakte huisjes en hollyhocks tegen de gevels. De rij gekleurde strandhuisjes bij Vesterstrand is een van de meest gefotografeerde plekjes van Denemarken. De veerboot vanuit Svendborg brengt je er in ruim een uur.
Egholm: het mini-eiland van Aalborg
Je hoeft Noord-Jutland niet eens uit voor een eilandgevoel. Midden in de Limfjord, recht tegenover het westelijke havenfront van Aalborg, ligt Egholm. Een klein pontje vaart in zo’n vijf minuten over en de overtocht kost bijna niets. Op het eiland wonen maar een handjevol mensen, rijden nauwelijks auto’s en is wandelen of fietsen de enige logische bezigheid.
Denen komen er in het weekend voor een rondwandeling en een lunch bij het restaurant aan de haven. Voor bezoekers van de stad is het een perfecte pauze van een paar uur. Meer ideeën voor je verblijf vind je in ons overzicht van wat er te doen is in Aalborg.
De grote twee: Sjælland en Fyn
Technisch gezien zijn ook Sjælland en Fyn eilanden, al voelt dat door alle bruggen nauwelijks zo. Sjælland is het grootste eiland van Denemarken en huisvest Kopenhagen, kastelen als Kronborg (het slot van Hamlet) en de kliffen van Stevns. Fyn wordt de tuin van Denemarken genoemd: glooiend, groen en bezaaid met landhuizen. In hoofdstad Odense stap je het sprookjesuniversum van Hans Christian Andersen binnen.
Tussen beide eilanden ligt de Storebæltsbrug, een van de langste hangbruggen ter wereld. Houd er rekening mee dat je daar tol betaalt. Wie vanuit Jutland komt, rijdt via de kleinere Lillebæltsbrug gratis Fyn op.
Praktische tips voor eilandhoppen in Denemarken
- Veerboten reserveren: in juli en augustus zijn autoplekken naar Læsø, Fanø en Samsø regelmatig vol. Boek in het hoogseizoen vooraf online.
- Zonder auto: op kleine eilanden als Egholm, Ærø en Fanø red je je prima met de fiets. Voetgangers en fietsers kunnen bovendien altijd mee op de boot, ook als die voor auto’s vol zit.
- Tol: alleen de Storebæltsbrug (tussen Fyn en Sjælland) en de Sontbrug naar Zweden kosten geld. Alle dammen en kleine bruggen zijn gratis.
- Beste reistijd: mei tot en met september. Kijk voor een indruk van het klimaat naar het weer in Aalborg per maand, dat aardig representatief is voor heel Denemarken.
- Aankomst per vliegtuig: wie zonder auto reist, vindt in ons overzicht van vliegvelden in Denemarken de handigste luchthaven per regio.
- Betalen: Denemarken gebruikt de Deense kroon. Pinnen kan overal, ook op het kleinste pontje.
Veelgestelde vragen
Hoeveel eilanden heeft Denemarken?
Denemarken telt officieel 406 eilanden, Groenland en de Faeröer niet meegerekend. Ongeveer 70 daarvan zijn bewoond. De rest bestaat uit onbewoonde eilandjes, zandbanken en natuurgebieden waar je soms alleen per kajak of excursieboot kunt komen.
Welk eiland in Denemarken is het mooiste?
Dat hangt af van wat je zoekt. Bornholm biedt de meeste afwisseling en een unieke rotskust, Møn heeft met de krijtrotsen het spectaculairste uitzicht en Ærø is het meest pittoresk. Reis je door Noord-Jutland, dan is Læsø de logische keuze.
Kun je de Deense eilanden zonder auto bezoeken?
Ja, verrassend goed zelfs. Veerboten nemen altijd voetgangers en fietsers mee, en eilanden als Fanø, Ærø en Egholm zijn klein genoeg om te fietsen of te wandelen. Voor Bornholm en Samsø is een fiets of huurauto ter plaatse wel handig vanwege de afstanden.
Welk Deens eiland is vanuit Nederland het snelst bereikbaar?
Rømø, in de Deense Waddenzee. Het ligt net boven de Duitse grens en is via een gratis dam met de auto bereikbaar, zonder boot of reservering. Vanuit Utrecht rijd je er in ongeveer zes uur naartoe.
De eilanden van Denemarken laten zien hoe veelzijdig zo’n compact land kan zijn. Combineer een stedentrip met een dag Møn, plak een nacht Læsø aan je rondreis door Noord-Jutland of houd het simpel met het pontje naar Egholm. Groot avontuur is in Denemarken nooit meer dan een korte overtocht verwijderd.